Tetebatu, de tweede dag en het vertrek


De tweede dag was als de eerste dag. Wat een heerlijke omgeving. Wat een rust. Wat een stilte en wat toch nog een eenvoud. Gelukkig is hier geen ruimte voor grote hotels. Het zal hier hopelijk kleinschalig blijven. Redelijk wat huizen hebben een extra kamer bij hun huis als homestay. Pondok Indah Bungalows heeft een aantal Lumbungs. Samen met zijn vrouw en dochtertje woont hij ook op het terrein. Werkelijk uit de kunst. Ontbijt goed, lunch goed, avondeten goed en koffie goed.

Na het ontbijt kwam Sandi mij weer ophalen en samen met mijn motor trokken we erop uit. De rit was weer verre van ideaal…ha ha ha. Keien, stenen, geulen, hobbels en bobbels. Gestopt ergens bij een huis die een “parkeerplaats’ hadden gerealiseerd. Voordat we aan de waterval kwamen eerst weer door de rijstvelden. Het blijft een prachtige ervaring. De waterval was niet spectaculair, alleen al de wandeling er naar toe is weer spannend. Klimmen als een geit, wandelen over een gammele brug op hoogte, springen als een hert en plons in het water. Geweldig weer.

Vandaaruit zijn we in de omgeving gaan rond rijden. Smalle weggetjes, kleine dorpjes. We zijn in de plaats Pringgasela geweest waar ik het weven heb mogen bewonderen. In dit gebied werkte 135 vrouwen dagelijks aan de weefstukken. De meeste weefstukken zijn veertig centimeter breed en vier meter lang. Er zijn diversen variaties mogelijk van eenvoudig (dagelijks gebruik) tot zeer in gewikkeld en ontzettend mooi (huwelijk, ceremonies). De totale productie van één lap duurt van drie tot zes weken. Er zijn twee wijze van produceren en wel op de chemische manier of met natuurlijke kleuren. Het weven van één lap duurt zes dagen. De prijs voor een jilbad varieert tussen de 220.000 roepia en 350.000. voor een sarong betaald je toch al gauw 550.000 roepia.

Vandaaruit zijn we naar de plaats Rungkang gereden. Alleen al het rijden is een genot. Hier werden we onthaalt door een oudere dame die mij het pottenbakken wel wilde uitleggen en leren. Nou dat uitleggen was wel besteed aan mij maar dat ronddraaien helaas niet. Wanneer het voorwerp gemaakt is en gedraaid is dan wordt het in de zon te drogen gelegd. Wanneer de klein droog is dan wordt die gebakken. Dat gebeurd buiten de bouwing. Er worden wat stenen op de grond gelegd, daarop een ijzeren mat waarop de voorwerpen worden geplaatst. Op en rondom de voorwerpen worden bladeren gelegd en aangestoken waardoor de voorwerpen gebakken worden.

Hierna gingen we naar huis van Sandi waar we koffie hebben gedronken en ik kennis heb gemaakt met zijn vrouw en twee kinderen. Het jongste kind was behoorlijk ziek en er moest waarschijnlijk mee naar de dorps dokter gegaan worden.

Als laatste hebben we de plaats Loyok bezocht. In deze plaats vind het weven van bamboe plaats. Toen wij aankwamen zat er slecht één dame te weven. Voordat ik op een muurtje was gaan zitten kwamen uit alle hoeken dames met en zonder kind met hun weefspullen. De “baas” van deze dames kwam naast mij zitten om goed te laten zien hoe de bamboe gespleten werd en klaar gemaakt om te weven. Zij vertelde mij dat ze een grote opdracht uit Bali had gekregen.

 

We zouden daarna naar het Monkey Forest gaan. Maar Sandi had een afspraak bij de Yamaha garage. Hij ging een motor kopen, op krediet. Toen de dames mij zagen wilde ze meteen allemaal op de foto. Toen we daar zo bezig waren kreeg Sandi dat zijn zoontje zieker was geworden en we gingen dus naar de homestay terug. We zouden de volgende ochtend naar het Monkey Forest gaan.

De volgende ochtend om zes uur opgestaan, gedoucht en al vast alles ingepakt. Ik wilde de zon zien opkomen. Kreeg meteen koffie aangeboden. Om half acht kwam Sandi en zijn we samen naar Monkey Forest gereden. De apen daar leven in groepen samen, hoog in de bomen en zijn zwart van kleur en hebben een witte rand rondom hun hoofd. Helaas was het moeilijk om ze te spotten en er goede foto’s van te maken. Maar het woud had meer te bieden. Zo trof ik een boom aan waar een gezicht op zat. Men is er van overtuigd dat in deze boom een geest zit oftewel een bosgeest. In het woud waren ook mooie bloemen en planten te zien.

Bij terugkomst nog een bak kofiie gedronken, betaald en op de motor naar Senggigi, wat mei zonder noemenswaardige problemen verliep en waar ik nu ben.

08 mei 2018