Lemukih waterval tracking


Enige tijd geleden heb ik samen met Wajang en Kadee een tracking gemaakt door een stuk regenwoud, de bergen, de rijstvelden en de waterval Lemukih. Op de terugweg hadden we een stop gemaakt bij een klein fabriekje waar ze instrumenten maken.

Er moest vroeg vertrokken worden. De tracking zou de hele dag in beslag nemen. Ik werd opgehaald met de auto. Het zou nog een uur rijden zijn voordat we in de plaats Sudaji zouden zijn van waaruit de tracking zou plaats vinden.

Er moest eerst getankt worden. Naast de ingang van de kampong Anturan ligt een tankstation. Jammer dan, de benzine is op. Dan maar naar de volgende. Daar stond een rij waar we zeker pas na een halfuur aan de beurt zouden zijn. Bij het derde tankstation hadden we geluk. Alleen maar brommers. Naast de brommers is plaats voor de auto’s en daar stond er maar eentje. Dat was snel gepiept.

De auto werd geparkeerd in het pittoreske dorp Sudaji. Het was een echte tracking. Stukken waar goed was te lopen, maar grote stukken was klimmen en dalen en je links en rechts vasthouden aan wat je tegenkwam. In het begin was het vrij rustig allemaal. Dat gaf Kadee en Wajang de gelegenheid om mij op verschillende bomen te wijzen die vruchten droegen. Onder andere de cacaoboom. De vrucht is zeer sappig en zoet en dat geldt voor alle vruchten die je langs het pad tegenkomt. Ze zijn allemaal eetbaar en heerlijk zoet. Dat was af en toe lekker smullen.

De tracking liep door de bergen. De bewoners woonden allemaal bij elkaar en hebben in de bergen hun weideplaats, rijstveld, cacaoplantage of koffieplantage.

De onbewoonde delen van Bali bestaan voor het grootste gedeelte uit een mix van jungle, plantages (koffie/thee/groente/fruit) en rijstvelden. Bali is bekend om de bijzonder goed werkende manieren van irrigatie; methodes die al eeuwenlang het hele eiland van voldoende water hebben voorzien. Ook in de cultuur en religie speelt water een zeer grote rol. De rijstvelden zijn allemaal volgens dezelfde principes gebouwd; verschillende niveaus waarbij het water opgevangen wordt zodat de rijst goed kan kiemen. De rijstvelden op Bali staan inmiddels op de lijst van werelderfgoed.

Het eerste gedeelte was door het regenwoud. Na een uur waren we al op een behoorlijke hoogte en kwamen we bij een rustplaats waar een neef van Kadee en zijn vrouw ons verwelkomde met een heerlijk kop Balinese koffie uit hun streek. Zij hadden daar twee huisjes staan, een volwassen zeug en verschillende kleine biggetjes. Het Balinese varken heeft een hangbuik en ziet eruit alsof het een knak in de ruggengraat heeft. De biggetjes die nog niet geknakt zijn, rennen overal rond op erven en wegen, dwars door alle baleh’s en tussen de voeten der dorpelingen. Alleen vrouwen houden varkens en die zijn dus hun eigendom. We kregen daar een gekookte “aardappel” en natuurlijke honing aangeboden. Dat was een heerlijke versnapering.

Vandaar vertrokken we naar de Terjung waterval. Een waterval van naar ik schat een hoogte heeft van minimaal 30 meter. Het water klettert dan ook goed naar beneden. Ik heb eerst een aantal foto’s gemaakt, daarna met ons vieren genoten van de rust, de stilte en het neervallende water. Na ongeveer een half uur zijn we verder getrokken.

We gingen weer omhoog en kwamen uit daar waar de rijstvelden gaan beginnen. Links van de weg stonden een aantal kokosnootbomen. De neef van Kadee klauterde met zijn blote voeten helemaal naar het topje van de boom en sloeg met zijn mes een aantal kokosnoten uit de boom. Ik had nog nooit zo in de natuur verse kokosnootmelk gedronken. Het is een echte weldaad en ook nog gezond. Nadat de kokosnoten leeg waren gedronken werden ze helemaal open gemaakt. Met een stuk kokos werd uit de kokos het binnenste gehaald. Je kunt het op twee manieren eten. Als de noot nog niet helemaal uitgerijpt is dan is het witte zoals wij dat kennen een zachte substantie dat lekker te eten is. nou ja eigenlijk slurpen. De andere manier, als je geluk hebt en dat hadden wij, het harde witte. En ook dat was lekker.

We zijn toen de rijstvelden ingetrokken. Je loopt van verdieping naar verdieping naar beneden. In Bali is de grootste schoenmaat die in de winkel ligt 41. De Balinezen hebben allemaal kleine voetjes en al helemaal de vrouwen. De paden in de rijstvelden zijn dan ook tot stand gekomen door die kleine voetjes en dat is voor maat 45 wel eens lastig lopen. Ha, ha, ha, het gebeurde dan ook wel dat ik mooi in het water tussen de rijst stond. Tja, dat maakt niet veel uit. Schoenen en sokken zijn zo droog. Door op de paden door de rijstvelden te lopen kun je heel goed hun ongekend slimme irrigatiesysteem zien. Hoe het water van het hoogste tracé overgeheveld wordt naar het tracé er onder en zo tot aan het laatste tracé. Midden in het rijstveld staat een huisje, een dakje erop en 2 koeien. Bij het langs lopen staan ze je aan te kijken…en wit iemand…he wat raar…nog nooit gezien.

Je kijkt rond en ziet iets bewegen in het rijstveld. Kadee roept iets en een vrouw steekt haar hoofd omhoog. Een paar handdoeken op haar hoofd voor de warmte een beetje te weren. In haar eentje zit op haar hurken met een klein “schaartje” handmatig de rijpe rijst stengeltjes, waaraan de korrels zitten, te knippen en te verzamelen. Wanneer een zak gevuld is wordt die naar beneden gebracht en vervolgens handmatig met een grote scheef gescheiden van de stengeltjes. Een ongelofelijk zwaar werk.

Eenmaal weer terug in het dorp zijn wij richting het traditionele gamelan instrumenten fabriekje gereden. Dit fabriekje ligt in Sawan. Vandaaruit was het richting huis. Een lange maar zeer voldane dag.

30 november 2018