Lach….huil….werk en bewonder……


Vanmorgen was het lekker relaxed. Op mijn gemak van alles gedaan en maar voor een keer eens het nieuws het nieuws gelaten. Ik merk dat ik daar soms heel erg opstandig van wordt, terwijl ik me gewoon wil concentreren op de mensen om me heen. Pemangku stond al heel vroeg in de startblokken om te gaan, maar ja hij moest toch even wachten totdat ik volledig was bij getankt. De bedoeling van vandaag en morgen is dat we gezamenlijk verschillende mensen gaan bezoeken zodat we een beeld krijgen van hoe nijpend de situatie is.

Bij Pemangku aangekomen eerst een kop koffie en wachten op de andere die zouden meegaan. Meegaan zouden Putu, de broer van Pemangku, Jeny en de overbuurman Suarsana. Hierdoor waren we er samen van overtuigd dat we telkens de goede beslissing zouden nemen, want het is niet gemakkelijk om te zeggen wie wel en wie geen pakket krijgt.

Dus op weg naar het eerste adres. Nenek was er niet. We moesten even wachten want ze was in de kali (rivier). De kali is voor haar de wasplaats van de kleren, de douche en de toilet. Wat ze op dat tijdstip aan het doen was in de kali hoeft verder geen uitleg. Zelf heeft ze geen doucheruimte of toilet. Ze kwam aangelopen en klom ondanks haar hoge leeftijd behoorlijk behendig het muurtje omhoog wat een soort trapje moest zijn. Ook zij liet me zien hoe je pruimtabak doet maken en dan er op gaat kauwen. De binnenkant van haar mond inclusief het gebit is dan ook helemaal zwart, alsof je in een donkere grot kijkt,

Vandaaruit  liepen we omhoog en iedereen liep flink vooruit. Ik zag een gesloten hek, keek er door heen en riep iedereen terug. Daar zat ze dan haar mandjes te vlechten en opa zat binnen op het bed. Hij keek eerst wat vreemd en na de tweede foto zei hij iets van niet meer. Hij kwam naar buiten en zag ons allemaal. De glimlach kwam terug en er werd honderd en een verteld. In de tussentijd liep ik wat rond en zie het bakje met rijst, nou ja rijst en de heerlijke bak met water. Ik vroeg hem: “pa ada punya bras?” dat begreep hij niet en Pemangku vroeg het in het Balinees wat hij wel verstond. Dat was alles wat ze nog aan eten hadden. Hij wilde wel nog op de foto samen met zijn vrouw, maar dan moest ik beloven om morgen terug te komen met een print van de foto. Yep en dat gaan we doen.

Het was de ene na de andere plek waar we kwamen dat er geen of nagenoeg geen eten meer was, de watervoorziening gewoon slecht is en de meest slapen koud op de beton of in een bed met daarop iets wat net dikker is dan een sprei. Sommigen hadden een beetje werk zoals de man met zijn lemongras. Een bosje kost 3.000 roepia. Hij moet daarvoor met de motorscooter naar de markt in Anturan. Wat hij die dag verkoopt is voor 20.000 roepia en dan zegt hij dat is mijn winst, maar hij realiseert zich niet dat hij ook nog moet tanken de volgende keer.

Toen ik vanmorgen vroeg aan de koffie zat kreeg ik van Aad een bericht via Messenger. Het was een foto gemaakt van een bankafschrift en daar stond een bedrag op van 20 miljoen roepia. Ik verslikte mij prompt in de koffie en werd op slag stil en ik was al stil. Het geld is afkomstig van “John en José zonder facebook”, diversen sponsors van SPI en van Schoon Water Projecten Indonesië, zelf. Andere sponsoren zijn: Ben Lesil, Zwaantje van Goor, Marianne van der Geijn, Peggy Richmond-Rappange, Elisabeth van der Horst, Francois Schrijvers, Titania Baljet, Bianca Irene Hulst.

Iedereen super bedankt en elke bijdrage is geweldig want met elke bijdrage help je minimaal altijd een gezin.

De afgelopen dagen laat mij veel zien. Vooral de enorme veerkracht, de dankbaarheid, de gastvrijheid en de vrolijkheid ondanks de situatie waarin men zit. En al twee dagen moet ik telkens denken aan de liedjes van Ramses Shaffey: Zing – Vecht – Huil – Bid – Lach – Werk – Bewonder.

24 april 2020