Jean en Doll


Gistermorgen al vroeg op pad om vriend Jean en zijn vriendin Doll te bezoeken. Zij wonen in het gebied Tegallalang vlak voor Ubud. Een gebied dat eens een prachtig gebied was met rijstvelden. Nu is nagenoeg alle grond verkocht en is men het aan het volbouwen met villa’s en kleinschalige resorts. Zoals op veel plaatsen, Bali in de uitverkoop.

De weg er naar toe
De weg naar Tegallalang gaat voor mij via Kintamani. Een heerlijke weg om te rijden. Goed ingepakt met lange broek, wandelschoenen en jacket is voor deze rit toch wel een must. Het eerste stuk door het drukke Singaraja en dan in Bungkulan rechts omhoog. Dan wordt het een heel stuk rustiger en kun je ook lekker doorrijden. Via Tamblang en naderhand de Pura Desa Mengening, die een bezoek beslist waard is. In Kintamani was het ook weer druk omdat het nog markt was. Even gestopt om op de GPS het laatste stukje van de route in te typen en meteen had ik twee dames om heen staan te draaien die mij een sarong wilde verkopen. Wel zeker 5 keer gezegd dat ik op Bali woon en geen sarong nodig heb. Nee hoor ze legde die gewoon op het stuur van de motorscooter,. Ik ze netjes terug gegeven en weer doorgereden. En zoals het gebruikelijk is, wanneer je omhoog gaat moet je ook weer omlaag. Het laatste stuk ging dan ook omlaag.

Tegenungan Waterfall
Aangekomen bij Jean en Doll een warm onthaal en een lekkere kop koffie. Als twee rasechte Limburgers flink bijgepraat. Nee wij roddelen niet.
De Tegenungan waterval ligt in Ubud. De entree bedraagt 15.000 rp per persoon. Nadat je entree betaald hebt zijn er links en rechts wat kleine toko’s en warungs. De weg naar de waterval is een redelijk goed bewandelbaar trappen pad. Naar beneden ging heel erg goed, maar de terug weg en omhoog viel toch wel even tegen. Mede dat de treden niet allemaal van eenzelfde hoogte en/of afstand zijn. We zijn niet verder gewest dan wat men noemt “het zwembad”. Op een afstand kon je de drukte heel goed zien en de herrie heel goed horen. De muziek schalde uit de boxen die tot ver in de omtrek te horen was. En zoals dat tegenwoordig overal nu op Bali is swingen, hartjes en allerlei attributen waar jezelf bij kunt gaan staan, zitten of liggen en selfies maken. We hadden dan ook maar besloten om ergens wat te gaan drinken. En het goeie aan alles was dat de loempia’s heerlijk waren. Voor de rest is dit soort toeristen attracties niet aan ons besteed, maar aardig om het een keer gezien te hebben.

De terugweg
Na de bezichtiging van de waterval zijn we teruggereden naar het huis van Jean. Daar werd ik getrakteerd op een heuse, echte, volwaardige Nederlandse frikandel speciaal. Nee niet uit de Oranje Bar. Een echte. De weg terug naar Celuk Buluh zou niet zo fijn worden als de heen weg. Het eerste stuk was koud, koud en nog eens koud. Bij het binnen rijden van Kintamani zag ik het al. Een donkere grijze massa kwam op me af. De Batur was nauwelijks nog te zien en de eerste donderslagen rommelde al in de lucht. Voordat ik mijn regenkleding aan had sloeg de regen tegen het wegdek aan en werd ik bedolven door de mist. Op sommigen stukken is het rijden dan best wel lastig en voornamelijk door het zeer slechte wegdek op sommigen plaatsen. Zonder plastic schermpje op mijn helm en brildragend was het soms best wel lastig rijden of trucks inhalen. Wat mij dan verbaasd is het onverantwoorde rijden wat sommigen doen. Met twee kinderen op de motorscooter en als een gek naar beneden rijden en in een bocht inhalen, niet wetende wat achter die bocht komt en hoe de weg is.

Het was een ouderwetse trip in het regenseizoen.

5 januari 2019