De Weg naar Senggigi


Van morgenvroeg hoorde ik ver op de achtergrond een vreemd geluid dat ik al lang niet meer gehoord had. Het irriteerde zelfs een beetje. Heel langzaam gingen mijn ogen open. Ze zaten nog vastgeplakt met het zand van het zandmannetje. Ik keek naar links en ja hoor mijn telefoon maakte dat geluid. Verhip het was de wekker. Het was half vijf in de ochtend en ik wilde perse de ferry van negen uur halen. Met de sprong van een jong hert het bed uit. Oh shit er kraakte iets in dat jonge hert. Oké, nu weer serieus.

De avond ervoor had ik al veel ingepakt en klaar gezet. Maar eerst mijn medicijn, juist koffie. Ik maakte de voordeur open en Oni mijn hond keek mij eens verbaasd aan. Hij stond, keek, dacht en begon meteen te kwispelen toen hij zag dat ik mijn lange broek aan had. Het teken voor hem dat pa de hort op gaat. Hij heeft dan ook de hele tijd achter mij aangehuppeld en maar gekwispeld en kusjes gegeven. De rugzak met kleren werd op het zadel gebonden en de rugtas met fotospullen en laptop droeg ik zelf. Het gewicht viel mij reuze mee.

Het was half zes in de vroege ochtend toen ik vertrok. De weg op naar Padangbai. En ja hoor mijn special bril voor in het donker te rijden helemaal ver weggepakt. Dan maar zonder. Het viel me reuze mee. Druk en druk en nog eens druk op de weg. Veel schooljeugd die dachten dat ze op het circuit van Assen waren. Tankwagenchauffeurs die denken dat ze het brevet God gehaald hebben en zo denken te beschikken over leven en dood. Dat zijn dus echt idioten op de weg. Groot licht op en kachelen maar.

En opeens daar stond hij dan in al zijn pracht en praal te schitteren in het nevelige landschap. De zon had zich namelijk verstopt achter de wolken en een klein straaltje zo groot als een spaarlampje kwam tevoorschijn. Maar wat is hij toch mooi en ook gevaarlijk. Zijn sigaren waren gedoofd, hij rookte dus niet. Mount Agung, majesteit onder de vulkanen. Ik moet altijd stoppen en kijk dan met bewondering naar zijn uitstraling. Een diepe zucht, een foto en ik rij weer verder.

In de buurt van Amlapura gekomen kreeg Truus GPS het werd op haar heupen. Ze stuurde me links en rechts ergens door het binnenland. Maar wat was het weer mooi. Omhoog en omlaag. Koud en grillig. Naar beneden tuffen en de dauw tussen de bergen en boven de velden zien hangen. Wat krijg ik daar toch altijd een rijk gevoel van.

Eenmaal aangekomen in Padangbai wilde ik al mijn papieren pakken. Bali controleert altijd heel streng. Maar onze controleur had het veel druk, hij was in een diep gesprek met een zeer mooie jonge dame. Ik kon dus zo doorrijden. Bij de kassa 130.000 roepia betaald en naar de boot. Slechts 5 minuten wachten en ik mocht erop. De meeste mensen zaten al op de boot. Om half tien vertrokken en om twee uur s ’middags legde de ferry aan in de haven van Lombok.

Het was wat heiig op zee. De diep blauw gekleurde lucht was nu heel licht en de wolken die normaal wit zijn en goed afsteken tegen het prachtige blauw, waren hun flets en doorzichtig. Het landschap was gehuld in een doorzichtige nevel. De zee was rustig, zelfs op de plek waar de golven normaal onstuimig zijn en hun tanden laten zien. Het was niet echt een fraaie ferry en er waren dan ook weinig schaduwplekken. Ik had me een plekje naast de toiletdeur bemachtigd. Och het viel wel mee. Het was tijd voor het gebed. De mannen kwamen naar de waterbak om gezicht, handen en voeten te reinigen om vervolgens de gebedsruimte binnen te gaan om hun gebeden zachtjes ten gehore te brengen.

Tijdens de rit naar het resort zag ik veel nieuwe dingen die er vorig jaar september nog niet waren. Ook hier, en ik wilde zeggen welvaart, staat de vooruitgang niet stil. Welvaart is voor iedereen een eigen begrip. Er zijn mensen die zeggen dat mensen met een pensioen van 1.200,00 euro armoedzaaiers zijn, maar deze mensen zelf voelen zich waarschijnlijk enorm rijk en gelukkig. Ondanks dat je de vooruitgang ziet, zie je ook dat ontzettend veel panden leeg staan. Ook Lombok kampt met het achterblijven van de toeristen.

Het resort Villa Yukie is een klein resort met 7 kamers en de eigenaar met zijn vrouw wonen op het resort. Mijn kamer kost 250.000 roepia per nacht. Ik ben geen luxe paard en voor mij is dit prima. Eenmaal aangekomen eerst weer mijn medicijn, juist koffie. Een heerlijke douche en omdat ik me voorgenomen heb om mijzelf deze week eens goed te verwennen, wilde ik wel een biertje. Dus naar het centrum van Senggigi. Boven aangekomen zag ik ze al en werd mijn schema bijgesteld. Eerst naar het strand voor het surfen en de zonsondergang. Daarna een biertje en een heerlijk Duitse braadworst met gebakken aardappelen.

Het beeld dat ik tegenkwam deed mij denken aan De Denker van Rodin. Het zit daar en staart in de verte en denkt na. Vier hele toeristen tegen gekomen op het strand en verder alleen maar selfie makende lokalen mensen.

Lombok mijn tweede thuis, wat ben ik blij om weer hier te mogen zijn.

09 april 2019