De nood in Gambuh 4


Gister samen weer op pad geweest met Yeni en Pemangku. We hadden 20 pakketten te verdelen en dat is dan niet gemakkelijk. We moeten dan samen keuzes maken die we liever niet zouden maken. Maar goed. Op pad. Wat je dan ziet is dat er op veel plaatsen aan de kant van de weg kleine kraampjes zijn opgesteld om wat spulletjes te verkopen. Achter hun huis hebben ze een klein tuintje waar ze wat groente verbouwen en dat proberen ze dan te verkopen. Het is vaak hun enige bron van inkomsten.

Als eerste gingen we naar het gezin met de 16 personen. Oma zat er al met haar gedroogde rijst dat ze later tot iets van rijstkoekjes ging maken en hoopte dan dat ze die kon verkopen. Een eindje verder woont een gezin met 7 zeven personen. De dame op de foto heeft een probleem met haar oog. Als ze me ziet is het altijd “hai” en “bye” en als we dan weg gaan komt ze heel stilletjes achter ons aan en kijkt waar we naar toe gaan. Daar tegenover woont een alleenstaande vrouw en het is een hele klus voor Pemangku om haar uit te leggen waar ze haar pakket kan ophalen en dat ze een zak met plastic moet meenemen. Maar het lukt.

Vandaaruit liepen we de weg naar beneden en daarna een nog steiler pad naar beneden. Maar oh daar was een muur. Dat werd omlopen. Maar we moesten toch omhoog klimmen over de losse zand en stenen. Af en toe krijgt ze van de omgeving wat rijst, die meestal te lang blijft staan en toen het zakje open ging kwam er toch een lucht vanaf. Zij leeft er alleen in haar hutje, spaart wat plastic in de hoop om die te verkopen. Opbrengst momenteel is 500 roepia per kilo. Ga maar na hoeveel een kilo plastic is.

Een stukje verder op, en weer zo een steile weg naar beneden, woont ze in een kleine kamer achter het huis van haar zoon. Die probeert zo goed als hij kan voor haar te zorgen, alleen net zoals zo velen, heeft ook hij geen werk. Ze zat op haar bed en keek ons wat ongelovig aan. Pemangku legde haar uit waarvoor we kwamen. Dan zegt ze opeens: “nee dat wil ik niet, ik wil 10.000 roepia dan kan ik brood kopen”. we wisten al dat ze dat zou gaan zeggen. Dan zegt Pemangku: “oke, dan krijg je nu 10.000 roepia maar geen pakket”. Ze kijkt hem aan: “nee, ik wil graag dat pakket hebben en…”. Ja toen schoot iedereen in de lach. Natuurlijk heeft ze beide gekregen.

Vandaaruit op de motorscooter en naar een iets wat meer afgelegen plek. Inmiddels hadden we al voor 14 gezinnen een pakket gereserveerd. Dus nog zes te gaan. Op de eerste plek waar we kwamen woonde vier gezinnen bij elkaar. We dachten alle twee dat we al alle “kamer mandi’s “ gezien hadden, maar deze overtrof alles. Hier was de keuze gauw gemaakt en konden we verder de weg aflopen. Nee, gelukkig niet zo steil.

Bij het eerste gezin waar we kwamen woonde een moeder met haar twee geestelijk beperkte zonen. Deze twee hielden zich bezig met het verzamelen van afval. De moeder en Pemangku raakte, zoals Pemangku dat gebruikelijk doet, aan de praat. Wat bleek nu, zij was een zus van zijn moeder iets wat hij niet wist. Dat was wel even een heel mooi moment. Veertien personen daar bij elkaar en voornamelijk kinderen. We wisten dat bij de volgende twee gezinnen die we gingen bezoeken ieder nog eens 9 personen per gezin waren, waarvan het merendeel kinderen is. Pemangku en ik zaten elkaar aan te kijken en we telde hij zei “we have….en ik zei 25 pakketten.

Vandaag was de uitdeling en iedereen kwam weer met een grote zak plastic. Het laatste pakket zouden we samen gaan bezorgen omdat ze slecht te been zijn. de man is 88 jaren jong en het was dus moeilijk voor hem om dat hele stuk te lopen.

Het zijn voor ons drieën altijd mooie, moeilijk en emotionele dagen en het zal nooit wennen.

Wij en de bewoners willen de volgende mensen bedanken die dit financieel mogelijk hebben gemaakt: Dhr. Portier en Mevr. Heuvelmans, J. Sutedja, J.A. Kiers, M. van, Slunter, Bawang Putih en twee gevers die anoniem willen blijven.

9 oktober 2020