De laatste dag in Sumbawa


Voorlopig is het vandaag de laatste dag in Sumbawa. Ik ga hier zeker terugkomen, maar met een hele andere planning en dan alleen maar Sumbawa. Hopen dat ik een sponsor vindt die Sumbawa op de kaart wil zetten. Het is een prachtig eiland. De mensen zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam.

Vandaag was het weer op de bonnefooi. Op de kaart gekeken en mijn vinger op een punt laten rusten. Dat werden er dus twee. Het strand en vissersdorp Ai Bari met zijn omgeving en de route naar Sempe Village.

De weg naar het strand ging in het begin prima. Eenmaal in het dorpje aangekomen ervoer ik hier hetzelfde als in Hu’u. Wel welkom maar het liefst geen foto’s maken, hetgeen me toch wel een beetje gelukt was. Voordat ik het dorp binnen reed werd ik aangesproken door een jongen, links van hem in een houder een mega groot kapmes en een lap voor zijn gezicht waar alleen zijn ogen zichtbaar waren. Hij legde mij haarfijn uit hoe ik verder konden rijden en ze weer terug kwam in Sumbawa Besar. Bang? Nee totaal niet. Ik voel me hier op Sumbawa heel erg veilig.

Zie de foto’s hoe de weg was. En dat zo rond de 10 kilometer. In een hele grote bocht door het landschap, kwam ik uiteindelijk weer in Sumbawa terecht. Via internet een “restaurant” opgedoken. Daar vervolgens nasi goreng ayam gegeten. Een bord zo vol daar kon ik wel twee dagen van eten. De honger was gestild en vooral de koffie was lekker.

Even terug naar het hotel en toen de weg naar Sempe Village. De weg was gedeeltelijk bagger. Maar goed ik vind het soms ook wel spannend en lekker voor mijn adraline. Iedereen, echt iedereen die je tegenkomt groet je, toetert, roept hallo. Als je ook maar even stop, hups op de foto. Op verschillende plekken zat één of soms meerder mannen bij elkaar. In heel veel gevallen had men dezelfde gelaatsuitdrukking zoals de jongen links op de foto. Het gaf mij het gevoel van een geaccepteerde situatie en een bepaalde vorm van gelatenheid. De werkeloosheid is namelijk groot en de meeste zijn werkzaam als seizoenarbeider. Toerisme is er nauwelijks.

Een leuk fenomeen zijn wel de aapjes. Ze zijn een stuk kleiner als op Bali en hebben een flinke lange staart. Het feit dat ik op de motor zit schrikt ze natuurlijk af en echt een foto lukt dan ook niet. Maar als ik langs de aapjes rij blijven ze gewoon zitten en kijken je verbaasd aan zo van: “goh jij hebt geen staart”.

Al met al had ik weer een fijne dag. Zo meteen nog een bakkie leut en dan gaat mij onder de wol. Morgen weer een lange reis dag terug naar Lombok.

3 mei 2018