Banyualit – Lebih Beach – Banyualit


Men denkt wel eens, wanneer je al lang op Bali woont dat je alles gezien hebt. Dus niet. Er waren een aantal dingen die ik graag wilde zien en tevens eens kijken waar ik stond met mijn uithoudingvermogen. Op vrijdag de kaart erbij gepakt en de volgende route uitgestippeld die ik op zaterdag gereden heb. Tijdens het rijden kreeg ik nog een tip van Aad. Het is een route die je wel twintig keer kunt rijden en telkens valt je oog weer op iets anders.
Banyualit – Moon of Pejeng – Pura Samuan Tiga – Purnama Beach – Lebih Beach – Padangbai – Candidasa – Seraya – Lipah Beach – Amed – Air Sanih -Banyualit.

Het eerste stuk van de route ging lekker. Vanuit Anturan omhoog richting Gobleg. Je gaat dan een stuk door een oud bos, de inwoners noemen dit hun jungle, en dat was rillen van de frisheid. De weg naar Gobleg is een prachtige weg met heel veel vergezichten. Je hebt een prachtig overzicht van de stad Singaraja en omgeving. Het is wel een weg voor de geoefende rijder. Bocht na bocht. Haarspeld, plat liggend en enorm stijl. Maar mooi. Boven aangekomen zag ik het trio al staan, het was nog vroeg en dan ook best wel heiig.

Langs de route zag je op verschillende plaatsen dat er al weer hard gewerkt werd in de rijstvelden en hoe dichter ik in de buurt van de Moon of Pejeng, hoe drukker het werd. De omgeving van Ubud blijft een verschrikking om te rijden en gelukkig dat ik alles met mijn motorscooter doe, dan kun je mooi overal langs fietsen en sta je geen uren in de file.

The Moon of Penjeng, is de grootste uit één stuk gegoten “kettledrum” ter wereld en het grootste bekende overblijfsel uit de Bronstijdperiode van Zuidoost-Azië. De “kettledrum” staat op een groot complex van verschillende tempels. Daar staat, ligt hij dan hoog in een afzonderlijke tempel waar je praktisch niet bij kunt komen. Je hoeft geen entree te betalen, alleen maar een gift en de sarong aan.
Vandaaruit doorgereden naar Pura Samuan Tiga, een tempel die dateert uit de 10e-eeuw en ligt in het dorp Bedulu in Gianyar. De tempel dateert uit de Warmadewa-dynastie.

Mijn maag begon aardig in opstand te komen en snel werd de tocht dan ook voortgezet naar de Lebih Beach. Daar aangekomen een warung opgezocht en een lekker kippetje met witte rijst verorberd. Op dit strand liggen een aantal warungs waar je vis kunt eten en ook kunt kopen. Er ligt zelfs een groot zwembad. Een gezellige plek. Kreeg een berichtje van Aad om het Purnama strand ook nog even te bezoeken. Daar naar toe en ook weer heerlijk rond gekuierd, gezeten en geluisterd hoe de golven de kust pijnigde. Nee, de sigaretten zijn niet van mij. Het was een leuk beeld om ze daar zo verzopen te zien liggen. Kopje Bali koffie gedronken, kroepoek gegeten en begonnen aan het lange stuk.

De kustweg. Een prachtige route waar vooral het stuk vanaf Taman Ujung in Amlapura, tot in Amed er echt wel uitspringt. Hier kan ik ieder zijstraatje inslaan en naar de kust rijden, maar dan ben ik misschien wel twee dagen aan het tuffen. Toch maar af en toe gestopt en heerlijk genoten van wat ik om mij heen zag. Achter Amed zag ik heel langzaam de zon zijn positie innemen om achter de horizon te verdwijnen. Ik hoopte dat ik daar nog wat plaatjes van zou kunnen schieten, maar helaas bij het binnen rijden van Air Sanih zakte hij erg snel.

In de ochtend vertrokken om half 8 en thuis aangekomen om kwart voor zeven in de avond. Het laatste stuk door Singaraja was wel het zwaarste. Het begint hier behoorlijk op Denpasar te lijken en vooral de stijl van rijden wordt steeds “agressiever”. Niet fijn.

Het was een intensieve, maar prachtige tocht en de twee biertjes smaakte daarom dan ook heerlijk na afloop.
23 september 2019